sr.search

RvS, arrest van 8 december 2021, nr.° 252.355: is de aanbestedende overheid werkelijk ertoe verplicht een niet rechtsgeldig ondertekende offerte te weren op grond van een onregelmatigheid?

Overheidsopdrachten

Commentaar bij een geval waarbij de geraamde waarde van de opdracht lager lag dan de drempel voor de Europese bekendmaking en waarbij de procedure een onderhandeling toeliet.

24 januari 2022


Contact

  • In het kader van een overheidsopdracht voor dienstverlening uitgeschreven via een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en waarvan de waarde lager lag dan de drempel voor de Europese bekendmaking, werd de offerte van een inschrijver geweerd omwille van het feit dat het indieningsverslag van de offerte op het e-Procurement-platform niet voorzien was van de gekwalificeerde elektronische handtekening van een persoon die behoorlijk bevoegd was om offertes te ondertekenen. De geweerde inschrijver heeft  bij de Raad van State een verzoek ingediend tot schorsing van de beslissing van de aanbestedende overheid waarmee zijn offerte onregelmatig verklaard werd.

 

  • Artikel 76, § 1, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren (hierna het koninklijke besluit van 18 april 2017) voorziet dat de niet-naleving van de vereisten met betrekking tot de ondertekening van offertes een substantiële onregelmatigheid vormt.

    Le § 5 van het voornoemde artikel 76 bepaalt dan weer dat wanneer de geraamde waarde van de opdracht lager ligt dan of gelijk is aan de drempel voor de Europese bekendmaking en de procedure een onderhandeling toelaat, de aanbestedende overheid de offerte ofwel nietig kan verklaren ofwel kan laten regulariseren.

 

  • In het becommentarieerde arrest heeft de Raad van State, in eerste instantie, bevestigd dat de aanbestedende overheid terecht geoordeeld had dat de offerte van de betrokken inschrijver substantieel onregelmatig was.

 

De Raad van State heeft vervolgens het feit opgeworpen dat in een dergelijke situatie de aanbestedende overheid in toepassing van het voornoemde artikel 76, § 5, van het koninklijk besluit van 18 april 2017  over de keuze beschikte: ofwel de offerte weren ofwel de onregelmatigheid laten regulariseren.

 

Volgens de Raad van State beschikt de aanbestedende overheid over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid om al dan gebruik te maken van de mogelijkheid om een substantiële onregelmatigheid te laten regulariseren voor niet-Europese opdrachten waarbij een onderhandeling toegelaten is.

 

In casu heeft de Raad van State geoordeeld dat de aanbestedende overheid haar beoordelingsbevoegdheid ten aanzien van de offerte van de geweerde inschrijver niet uitgeoefend heeft. Uit de motivering die door de aanbestedende overheid aangevoerd wordt blijkt immers dat ze zich beperkt heeft tot de vermeldingen dat de handtekening van de inschrijving niet rechtsgeldig was, dat het om een substantiële onregelmatigheid ging en dat ze dan ook ertoe gehouden was deze offerte te weren. De Raad van State heeft daaruit geconcludeerd dat de aanbestedende overheid, door zo te handelen, een juridische vergissing begaan heeft waarbij artikel 76, § 5 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 miskend werd, vermits niet vastgesteld werd dat de aanbestedende overheid haar beoordelingsbevoegdheid concreet uitgeoefend had alvorens te oordelen dat de substantieel onregelmatige offerte geweerd moest worden.

 

De Raad van State heeft zich hier niet uitgesproken over de verplichting tot formele motivering op zich die op de aanbestedende overheden rust wanneer ze er al dan niet voor kiezen over te gaan tot een regularisering van een substantiële onregelmatigheid in het kader van overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of lager ligt dan de drempel voor de Europese bekendmaking en waarvan de procedure een onderhandeling toelaat. Wat volgens de Raad van State immers van belang is, is dat er vastgesteld wordt dat de aanbestedende overheid wel degelijk haar beoordelingsbevoegdheid uitgeoefend heeft, hetgeen in casu niet het geval was.

 

Voor meer info over dit onderwerp, kan u contact opnemen met Mathieu Thomas en Lea Trefon.

Corporate Social Responsibility

Lees meer

Vacatures

  • Advocaten 11
  • Staff
Lees meer