sr.search

De rechtsplegingsvergoeding voor een derde maal geïndexeerd op anderhalf jaar tijd

Privaat Bouwrecht

Overeenkomstig artikel 1017 Ger.W. verwijst ieder eindvonnis de in het ongelijk gestelde partij in de kosten. De kosten bestaan onder meer uit een rechtsplegingsvergoeding, dewelke een forfaitaire vergoeding is voor de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij (art. 1022 Ger.W.).

23 november 2022


Contact

De omvang van deze forfaitaire vergoeding werd vastgesteld middels het KB van 26 oktober 2007[1], waarbij de omvang van de basis-, minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding gekoppeld werden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Telkens als het indexcijfer van de consumptieprijzen met 10 punten stijgt of daalt, worden de forfaitaire vergoedingen met 10 procent vermeerderd of verminderd.

De rechtsplegingsvergoeding is jarenlang vrij stabiel gebleven, maar de sterke stijging van de consumptieprijzen laat zich ook hier voelen. Met ingang van 1 november 2022 werden de basis-, minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding voor een derde maal op anderhalf jaar geïndexeerd.[2]

Met ingang vanaf 1 november 2022 gelden volgende bedragen, die ook van toepassing zijn op lopende procedures: zie bijlage onderaan.

Voor meer vragen over dit onderwerp kunt u terecht bij Geert De Buyzer, Els Op de Beeck en Pim van den Bos (de auteurs)


[1] Het KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat, BS 9 november 2007.

[2] Voorgaande indexaties waren van toepassing met ingang vanaf 1 juni 2021 en 1 april 2022.

Download

Corporate Social Responsibility

Lees meer

Vacatures

  • Advocaten 16
  • Staff 1
Lees meer