sr.search

Betekent de nieuwe Deontologische code voor erkende bemiddelaars een stille revolutie voor de rol van de bemiddelaar?

Bemiddeling

Op 16 december 2020 verving de Federale Bemiddelingscommissie de bestaande gedragscode van de erkende bemiddelaar door een “Deontologische code van de erkende bemiddelaars”. [1]

21 juni 2021


Contact

Enkele nieuwe bepalingen trekken de aandacht:

  • de Deontologische code bepaalt dat de bemiddelaar er op zal toezien om geen opmerkingen te maken die kunnen worden geïnterpreteerd als een advies aan de partij die contact met hem opneemt (artikel 4 §1);

  • ook verduidelijkt de code dat de neutraliteit van de bemiddelaar de bemiddelaar niet toestaat om aan de partijen een advies te verstrekken dat een invloed kan hebben op de oplossing van hun geschil (artikel 8 §1);

  • de bemiddelaar zorgt er ook voor dat hij zich correct positioneert in zijn specifieke rol die niet die van een deskundige, van een arbiter, van een juridisch adviseur, van een rechter of van een therapeut is (artikel 10 §2).

De Deontologische code specifieert zo de rol van de bemiddelaar. De vraag rijst of de Deontologische Code deze rol niet (te) ver oplegt.

Een bemiddelaar dient de communicatie tussen de partijen te faciliteren en structuur te geven aan het bemiddelingstraject. De wettelijke definitie van bemiddeling opgenomen in het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de bemiddelaar partijen ertoe moet brengen om zelf een oplossing uit te werken.[2]

Houdt dit in dat de bemiddelaar zich moet onthouden van elk advies? Indien de bemiddelaar bijvoorbeeld twijfels heeft over de technische haalbaarheid van de door partijen voorgestelde oplossing, moet hij dan zwijgen?[3]

P. Van Leynseele meent dat de nieuwe deontologische regels een beperking inhouden van de vrijheid van de bemiddelaars om hun werk uit te oefenen en dat de gedragscode dus te verregaand zou zijn.[4] Afhankelijk van de concrete bemiddelingssituatie, zou het een meerwaarde kunnen zijn om af te wijken van de louter faciliterende rol van de bemiddelaar. Het geven van advies zou – met de nodige omkadering en voorzichtigheid – kunnen leiden tot succesvolle bemiddeling.

Uiteraard mag er niet worden vergeten dat de bemiddelaar handelt binnen een (wettelijk) kader. De specifieke rol van bemiddelaar moet duidelijk zijn en blijven, ook in de ogen van de partijen.

De Deontologische code bepaalt terecht dat de bemiddelaar moet zorgen dat partijen geïnformeerd worden over de mogelijkheid om zich te laten bijstaan door een adviseur.[5] Indien de bemiddelaar van oordeel zou zijn dat één van de partijen advies nodig heeft, zou hij deze richting een persoonlijke adviseur kunnen sturen (voor zover dit eveneens niet zou worden opgenomen als advies).

De vraag is of de Deontologische code niet teveel één kant van de bemiddeling belicht. Angelsaksische landen kennen al lang de solution-focused mediation en de figuur van de mediator’s proposal. Met name in ondernemingszaken zijn de partijen vaak vragende partij voor een iets meer sturende bemiddeling, vooral vanuit tijdsbestedingsoverwegingen. Zie ook de one day mediation, die een one shot is om de zaak te deblokkeren.

Het is een boeiend debat, dat best niet te dogmatisch wordt gevoerd. De bemiddelaar danst hoe dan ook steeds op een dun koord. Het mogelijk gevaar schuilt erin dat de Deontologische code het bemiddelingsproces in een keurslijf dwingt, waarbij pragmatisch en oplossingsgericht handelen van de bemiddelaar wordt ingeperkt, terwijl dat binnen de grenzen van het bemiddelingskader kan worden ingepast.

Voor meer informatie over bemiddeling, kan u contact opnemen met Marco Schoups, Geert De Buyzer en Nel Van Daele


[1] Deontologische code van de erkende bemiddelaars van 16 december 2020, te raadplegen via volgende link: https://www.fbc-cfm.be/nl/inhoud/deontologische-code-0 .

[2] Artikel 1723/1 van het Gerechtelijk Wetboek.

[3] P. Van Leynseele, “ Le nouveau code belge de déontologie des médiateurs agréés : critique de ce qu'il ne faut pas faire”, JT 2021/15, n° 6853, 273-278.

[4]  P. Van Leynseele, “ Le nouveau code belge de déontologie des médiateurs agréés : critique de ce qu'il ne faut pas faire”, JT 2021/15, n° 6853, (273) 273 : “ Mais si ce règlement implique une restriction de la liberté des médiateurs de faire leur travail — d’exercer leur art — en fonction des attentes des parties, et si la manière dont les médiateurs doivent se comporter est trop étroitement définie, alors cela va trop loin. ”

[5] Artikel 5 van de Deontologische code.

Corporate Social Responsibility

Lees meer

Vacatures

  • Advocaten 7
  • Staff 1
Lees meer